Waargebeurd

Mensen vragen me soms:
“In de psychiatrie, heb je daar geen rare mensen? Ik bedoel, geen ‘gewone’ mensen zoals wij, die het nu (even) moeilijk hebben [depressie], maar … bizar?”

Er bestaan natuurlijk echte ‘hersenziekten’, zoals epilepsie in het cerebellum bijvoorbeeld of een defect door een inknelling tijdens de geboorte of een genetische afwijking in de werking van hersenweefsel of zelfs een hormonaal getriggerde biochemische imbalance.
Maar het aantal is minimaal.

“Hm. Nee. Vooral bizarre verhalen [en veel medicatie].“

Hoewel ik dikwijls wel een diagnose dien te stellen, werk ik niet met de typische DSM-classificatie. Het vertelt me niks over hoe ik kan helpen. Ik ben een puzzelaar –dat heb ik van mijn moeder- en ben steeds op zoek naar het verhaal achter de feiten om problemen of onrecht te herstellen –dat heb ik van mijn vader-. Dat verhaal staat beschreven in je hersenwerking en bepaalt grotendeels je gedrag vandaag. In dat verhaal liggen je angst, woede, verdriet, maar ook je innerlijke kracht, talenten en creativiteit verborgen. En die schat graaf ik samen met je op.


Het meest fantastische verhaal kwam van één van mijn eerste patiënten voor diagnostiek in de psychiatrie. En dat mag je letterlijk nemen. Officiële diagnose: Schizofrenie.

De man, midden 30, had grote angst en kon niet meer functioneren. Aarzelend vroeg hij me: “Geloof je in buitenaardse wezens?” en bleef wantrouwend op mijn antwoord wachten. Ik antwoordde dat er zeker buitenaards leven zal zijn in een heelal bezaaid met planeten, waarbij er zelfs leven ontstaat in zure middens en zuurstofarme atmosferen. -“Intelligent leven?” -“Wij [mensen] zijn er ook, dus er is een grote kans dat er nog intelligent leven is. Maar of ze tot hier geraken..?” Toen ik oprecht over zijn vraag nadacht, leek de man rustiger te worden. “Ik weet het zeker! En ze ontvoeren me en ik kan niks doen!” Weer wachtte de man weifelend mijn antwoord af. “Er zijn nog mensen die dat vertellen, maar ik heb er geen ervaring mee. Wat gebeurt er dan precies?”

De man vertelde hoe hij ’s nachts wakker werd omdat er ‘aliens’ rondom zijn bed stonden die hem optilden en ronddroegen. Soms deden ze iets aan zijn hoofd en namen hem mee. Het deed ontzettend pijn en dan wist hij niks meer. Soms herinnerde hij zich niet méér dan dat ze hem ronddroegen -hij leek dan te zweven- en teruglegden. Hij geloofde dat ze iets hadden ingepland in zijn hersenen, niet traceerbaar door onze scans, en onderzoek op hem uitvoerden. Hij was niet de enige, probeerde hij te overtuigen, en hij was er ontzettend angstig over. Hij vroeg of ik dit met een qEEG misschien zou kunnen vinden. “Hoe zien die aliens eruit?” was ik nieuwsgierig. Hij bescheef witte gedaanten, met irisloze grote ogen, zoals op internet. Hij zocht ook alles op over UFO’s… 

Nadien vroeg ik hem naar zijn geschiedenis. Hij zuchtte zienderogen dat hij weer over alle aan- en af-opnames moest vertellen sinds zijn vroege volwassenheid, waarbij iedereen hem voor gek verklaarde en hij in zijn angstige buien van slapeloosheid het ticket “schizofrenie” had opgekregen. Zijn kleuter- en schooltijd verliep prima, alleen in zijn adolescentie werd hij wel wat angstig en teruggetrokken. Hij nam er medicatie voor, maar het werd niet beter. Later kwamen de nachtelijke bezoeken en volgden de opnames met talloze medicatie.

“Ben je ooit gevallen of heb je een klap op het hoofd gehad?” Hij keek me verrast aan. “Dat heeft nog nooit iemand gevraagd!”  – 🙂 – Het was een standaardvraag op mijn qEEG-anamneseblad om TBI (Traumatic Brain Injury) uit te sluiten. “Ja, ik ben omvergereden door een auto toen ik vijf was.” Hij vertelde over hoe hij naar school ging en een auto in volle vaart op hem kwam afgereden. Hij zag nog steeds de Mercedesster. Dan niets meer. Hij is wakker geworden in het ziekenhuis, zijn hoofd ingetaped. Het deed geen pijn en na drie weken revalidatie mocht hij weer naar huis.

“Dat moet vreselijk zijn geweest!” Weer keek hij me verrast aan. “Ik heb alleen nog de beelden van de Mercedesster en als ik eraan denk word ik heel angstig. Het geeft inderdaad een vreselijk gevoel”. Ik dacht hoe ik zelf op het nippertje aan de dood was ontsnapt en hoe ik steeds verschrikt de lichten van de witte Alfa Romeo zag, vlak voor hij op onze auto, aan mijn kant, insloeg. De man keek me aan, boog toen het hoofd en zei: “Mijn beste vriendje heeft minder geluk gehad. Hij heeft het niet overleefd.” Toen hij acht was, reden ze samen naar school. Zijn vriendje werd onderschept. Hij heeft hem levensloos in de berm zien liggen. Verder heeft hij er geen herinnering meer aan…

Voor mij werd het verhaal van de aliens alleszins duidelijk. Als jongetje van vijf was hij na zijn aanrijding door helse pijn en doodsangst compleet getraumatiseerd, terwijl ambulanciers hem stabiliseerden en hem de ambulance indroegen. Nadien in het ziekenhuis is hij vermoedelijk opnieuw in helse pijn wakker geworden alvorens hij bewusteloos viel, of dokters hem in een kunstmatige coma brachten om zijn hoofdletstels, vermoedelijk met inwendige bloedingen, te onderzoeken en te herstellen. De dood van zijn beste vriendje heeft alleen maar aan het trauma bijgedragen en de dissociatie van ambulance, dokters en manipulaties op de draagberrie versterkt.

Later, toen hij ouder werd, trachtten zijn hersenen het natuurlijke herstel op te starten door de verwerking in dromen te laten plaatsvinden. Klaarblijkelijk lukte dit niet en hertraumatiseerde hij. Omdat het geheugen reconstructief is, zorgde het lezen over UFO’s en buitenaardse ontvoeringen ervoor dat de witte dokterschaduwen zich aanpasten in de typische aliengedaanten.

Diagnose: PTS (Post-traumatische stress)(*) met hersentrauma (TBI) 

Daags voor onze verhuis naar de nieuwe praktijk, kreeg ik dan telefoon van een nieuwe psychiater. Of ik nog een qEEG kon ondernemen voor een cliënt met therapieresistente depressie, alvorens in UPC Kortenberg met rTMS te worden behandeld (Ah! De neurotechnieken dringen door). Officiële diagnose: ASS (AutismeSpectrumStoornis) met comorbide depressie. Behandeling rTMS: stimulatie linker DLPFC, een cognitief controlegebied; met iTBS, een specifiek protocol om depressie aan te pakken (vnl. door herstel van hypoperfusie – verminderde doorbloeding-); 1x daags gedurende drie weken; slaagkans 4/10. 

De jongeman was eind in de twintig en onder tal van medicatie sinds de vroege volwassenheid; middelen tegen depressie, tegen angst, tegen slaapstoornissen… Het bracht geen beterschap; de week voordien had hij nog een zelfmoordpoging ondernomen. Hij leek nochtans mooie vooruitzichten te hebben. Hij ging trekken met een goede vriend in Latijns-Amerika, maar net dát maakte hem hopeloos angstig, terwijl reizen ook één van zijn dromen was. Net zoals de scouts. Hij is er leider en voelt zich goed bij zijn kinderen, maar het liep helemaal fout op kamp. Hij sliep niet meer en gaf zelfs plots een kind een vuistslag nadat deze hem een handdoek in het gezicht had gegooid. Iets wat hij zichzelf niet kon vergeven en waarover hij zich vreselijk schaamde, ondanks dat de rest van de leiding het voorval relativeerde. De man stond er immers om gekend zorgzaam en geduldig op te treden en was geliefd onder zijn pupillen.

Opnieuw ondernam ik een tocht doorheen de geschiedenis van deze man. Behalve een scheiding met coouderschap van de ouders op de leeftijd van 12 jaar, leek er niets abnormaal te zijn voorgevallen. Tot ik goed lette op wat hij niet vertelde en voorzichtig doorvroeg. Zijn moeder had de vader verlaten omwille van een nieuwe partner. Ik vroeg of dat de enige reden was. Mijn ervaring is dat er aan de beleving van een huwelijk iets schort nog vóór er een andere partner in het spel is. -“Mijn moeder vond dat mijn vader teveel dronk.” -“Was dit zo?” -“Het werd vooral erg toen ze uit elkaar waren”. Hij vertelde toen stil hoe zijn vader soms uitgeteld op de zetel lag en hij er alleen voorstond met zijn twee jongere broers. Hij ging dan naar de winkel en zorgde voor eten… “Dat moet moeilijk voor je zijn geweest”. Hij bevestigde dat het hem angstig en rusteloos maakte omdat hij niet altijd wist wat hij moest doen of zeggen. Hij probeerde daarom zo onopvallend mogelijk te handelen en ontweek vragen.

Hm. Terwijl ik noteerde, vroeg ik zo neutraal mogelijk: “Werd je vader onberekenbaar wanneer hij had gedronken?” Zonder hem aan te kijken wachtte ik het antwoord af. “Ja”, hoorde ik. Ik liet met mijn gezichtsmimiek, nog steeds gericht op mijn blad, blijken dat ik dit antwoord verwachtte. Traag keek ik op en vroeg hem: “Wil je me erover vertellen?” Met een vlak gezicht, alsof hij door me heenkeek, zei hij: “Als hij gedronken had, kwam hij ’s nachts mijn kamer binnen en kroop bij mij in bed. Hij betastte me…” Ik hield stilte en vroeg nadien zacht: “Wanneer had je vader een nieuwe partner?” -“Toen ik 16 jaar was.” -“Is het toen gestopt?” -“Ja. Hij is toen ook geminderd met drinken. We hebben er nooit over gesproken. Ik weet niet eens of hij het bewust weet.” -“Heb je dit ooit aan iemand kunnen vertellen?” -“Ik heb het ooit verteld aan één therapeut.” -“Het spijt me dat je dit is overkomen. Bedankt dat je me dit hebt verteld. Ik begrijp nu ook meer van je angst. Dit zijn je grote triggers: langdurige of grote verantwoordelijkheid over kinderen, vooral wanneer er een verhoogde stresssituatie is, zoals gebrek aan privacy of mogelijke inbreuk op je integriteit (de handdoek) en nabijheid met afhankelijkheid of de onmogelijkheid om weg te kunnen van een volwassen man… zaken waar je vroeger mee hebt moeten copen die niet hadden mogen gebeuren. Er zullen vast nog wel meer triggers zijn… Heb je een relatie?” -“Nee, ooit één gehad, maar na een aantal weken liep het fout. Ik voelde me er niet goed bij.” -“Angst?” -“Heel erg” -“Dat begrijp ik. Maar ik geloof wel dat we daarbij kunnen helpen. Het is inderdaad moeilijk alleen…”

Op mijn verslag later schreef ik “Affectdysregulatie. Opletten met versterkte power in linker DLPFC. Diagnose: PTS CSA” Na enige twijfel voegde ik er tussen haakjes aan toe: “Child Sexual Abuse”.

De volgende dag meldde een moeder met dochter zich met de vraag of ik autisme kon bevestigen. De moeder vertelde dat haar dochter ‘anders dacht’. Ik keek vragend naar de dochter. -“Er zijn veel mogelijkheden waarop je iets kan verstaan en ik kies blijkbaar spontaan een andere betekenis dan dat mijn moeder verwacht of bedoelt.” -“Zijn er nog mensen die dit denken?” De moeder informeerde: “Op school zeggen haar leerkrachten dat ze niet is te peilen. Ze weten nooit wat er in haar hoofd omgaat en weten ook niet of wat ze doen oké is en bijdraagt aan haar leerproces. Ze krijgen geen hoogte van haar… Ze heeft het ook moeilijk wanneer er dingen onaangekondigd veranderen en wil het op haar manier, gestructureerd, realiseren. Ze wordt dan kwaad en geïrriteerd.”

Ik keek terug naar de dochter en vroeg haar: “Wat zou je graag zelf verbeteren. Waarom zit je hier?” -“Niks, alles gaat prima!” -“Is er niks dat je anders zou willen mocht je kunnen kiezen?” -“… Dat er minder rommel is in huis.” Ik herhaalde laconiek haar woorden naar de moeder. Er volgde een kleine discussie tussen moeder en dochter. De ouders woonden in de garage sinds de vader de renovatiewerken onderbrak omwille van een blessure, nu jaren geleden. Er is ook geen geld om de werken door vaklieden te laten uitvoeren. Hoewel zijn vrienden hulp aanboden, weigerde de man. “Uit trots”, begreep de moeder. Uit schaamte [verbeterde ik]. “Hij heeft het moeilijk om te aanvaarden dat hij zelf de renovatiewerken niet meer kan uitvoeren…”. Hm. “Verantwoordelijk zijn en voor je gezin zorgen is evengoed gebruik maken van vriendschappen en hulp aanvaarden wanneer je het zelf niet kan. Er zijn vast nog wel dingen die je je vrienden te bieden hebt”, bedacht ik. “Ik heb geen invloed op hem”, besloot de moeder. “Dat is een moeilijke situatie”, bevestigde ik. “Ik merk ook dat je obees bent. Heb jij ook moeilijkheden met je gezondheid?” -“Ik ben bijgekomen sinds de zwangerschap. Ik heb éénmaal Weight Watchers geprobeerd, maar het is niet gelukt. Maar mijn dochter heeft wel problemen met haar gezondheid.” -“Ja, ik merk dat ze een blessure heeft aan haar voet.” -“Ze komt altijd wel iets tegen. Haar bloedafname bleek ook niet ok; er was vanalles verstoord.”

Hm. Ik noteerde: “Verstoorde aandacht? Electrolyteninbalans? Purging?” Nadien keerde ik me naar de dochter en vroeg naar haar school en sociale contacten. Nu de dochter begreep dat ik haar niet meer zag als een ‘probleemkind’, maar op zoek was naar ‘het probleem van het kind’ -om het op te lossen-, vertelde ze me: “Ik ben gepest.” -“Hoe lang?” -“Mijn hele humaniora, zes jaar lang”. -“6 jaar? Heb je dit aan iemand verteld?” -“Ja, aan een leerkracht, in het begin. Deze antwoordde me: “In onze school wordt niet gepest.” En nog aan mijn mama.” Ik keek terug naar de moeder. “Ja, ze heeft het me verteld. Ik ben ermee naar de directeur gegaan. Die zei me: “Mevrouw, op die leeftijd zijn ze oud genoeg om dit onder elkaar op te lossen”. Ik kon niets doen. Ik heb haar voorgesteld van school te veranderen, maar dat wou ze niet.” Ik keek opnieuw vragend naar de dochter. “Nee. Dat wou ik niet. Ik wou hen [de pesters] niet geven waar ze op aanstuurden.” Hm. “Moedig. Maar het moet ook heel hard voor je zijn geweest. Wat deden of zeiden de pesters precies?” “Vanalles. Ik weet het niet precies meer…”

Ik draaide me naar de moeder en zei: “Uw dochter heeft net zes jaar getraind om moedig stand te houden door zich niet te laten peilen en alle mogelijke pijnlijke situaties in te schatten met ‘anders te denken’. Ze kon niet de typische middelen inzetten om sociaal aanvaard te worden –en zou dit in een nieuwe school ook niet kunnen-, zoals vriendinnetjes uitnodigen bij haar thuis, en kon ook niet rekenen op daadkrachtige volwassenen. Wel heeft ze beslist om het haar zo min mogelijk te laten raken [ontkenning en dissociatie] en om zelf in deze hopeloze situatie toch niet machteloos te blijven… om wel invloed te hebben.” Ik bedacht vluchtig dat ze een fantastische spionne zou kunnen worden… Uw dochter heeft vermoedelijk die kracht gevonden omwille van uw ontvankelijkheid en zorg voor haar. Maar indien we haar behandelen, zal er ook veel boosheid uitkomen omwille van uw machteloosheid…

Ik noteerde “PTS. Dissociatie. Te onderzoeken: boulemia. Ouders: schaamte, aangeleerde hulpeloosheid; persoonlijke geschiedenis?”

Soms is de diagnose of het verhaal echter bijzonder zuiver; kan je er niet omheen. Dan rest enkel de behandeling… Zo ondervond ook een jongetje van 12 tijdelijk lichte pesterijen. Er was een duidelijke reden voor: hij had op 14 dagen tijd al zijn hoofdhaar verloren [Alopecia Areata] en schaamde zich erover. Hij had moeite zijn muts af te zetten en voelde zich alsof hij tekort schoot; niet meer meetelde tussen zijn kameraden, de ‘echte’ jongens. Nochtans relativeerde zijn vader dit en verwees naar kale ‘echte’ mannen. Het feit dat de vader, van Marokkaanse origine, zelf goed was behaard, hielp natuurlijk niet die muts ook écht af te zetten. Ik merkte hoe de man behulpzaam en motiverend naar zijn zoon optrad, doch veel energie [woede?] leek te onderdrukken en mijn blik vermeed [schaamte?]. De jongen was aangemeld door zijn moeder en dus hadden de man en ik nog niet de gelegenheid gehad het nodige vertrouwen te vestigen. En ik voelde hoe belangrijk dit was. Ik merkte immers hoe ik bemoedigend optrad en oogcontact vermeed om de man ruimte en veiligheid te bieden.

Tijdens de behandelingen vertelde de moeder achtergrondinformatie over hun gezin; Ze hadden het voorbije jaar hun jongste dochtertje verloren aan een aangeboren hart- en longafwijking en hadden ook een flinke klap gehad in hun zaak. Het had hun huwelijk onder druk gezet, maar ze kozen nog steeds bewust voor elkaar. Ze hadden het niet makkelijk gehad en de kinderen, de jongen en zijn jongere zus, hadden er zeker onder geleden, hoezeer ze ook hun best deden dit naar hen te plaatsen en op te vangen.

De vader werd in het contact niet alleen opmerkzaam naar zijn zoon, maar ook naar mij. De man werd heel betrokken en stelde graag zijn kennis en diensten ter beschikking. Stelselmatig verdiepte zijn vertrouwen en verbeterde ik het oogcontact. Ondertussen verwerkte het jongetje de stress van het voorbije jaar en voelde zich nadien comfortabeler met zijn mooie schedel. Zijn vriendjes vonden het al lang niet meer bizar en de jongen voelde zich terug opgenomen (Zijn haar groeit ondertussen ook opnieuw).

Ook zijn zus kreeg de kans om de stress van het voorbije jaar te verwerken via het hersencapje. Toen ik de vader voorstelde het evenzeer te proberen, ging hij er een dag op in. Ik vroeg hem waarom; wat wou hij veranderen? Hij vertelde dat hij een voortdurende onrust had die hij wou minderen. Dus ik vroeg hem -zoals steeds- naar zijn geschiedenis. Hij antwoordde vlot: “Ik heb veel slaag gekregen. Met een tuinslang, zo met die ribbels, of met een ijzeren staaf en zelfs met stenen”. Ik bleef hem aankijken. Hij lachte. “Ja, het is pure kindermishandeling, dat weet ik. Maar mijn ouders wisten niet beter. Mijn moeder zorgde voor ons en mijn vader strafte. Dat was vroeger zo; de vorige generaties deden het op die manier. Wij leefden op straat, knockten om te overleven. Letterlijk. En toen stond ik aan de band in ‘t fabriek en keek naar de zwarte plafonds boven mij. Toen wist ik: “Dit wil ik niet. Hier wil ik weg. Ik ga het anders doen!” En ik wist dat straffen met kinderen niets hielp. Mij had het ook niet geholpen. Met kinderen kan je praten, als je maar oprecht luistert. Dus ik oefen me in geduld en blijf rustig bij hen. En ik ga veel lopen in het bos, samen met mijn dochter. En wanneer het me teveel wordt, ga ik alleen lopen en schreeuw alles eruit. Dus ik zou niets veranderen aan mijn leven vandaag. Ik ben gelukkig met mijn werk, mijn vrouw en mijn kinderen. Ik had graag mijn dochtertje teruggehad. Niets zo erg als machteloos te moeten toezien hoe je kind stikt in je armen. En ik geef toe, het was hard nadien. Ik vluchtte in mijn werk en was weinig thuis. Mijn vrouw klaagde erover. Nog steeds werk ik veel en ben ik continu bezig, maar nu ben ik wel meer thuis. Ik ben mijn zoon misschien wat kwijtgeraakt. Met mijn dochter ga ik samen lopen, maar met mijn zoon heb ik geen activiteiten meer. Misschien moet ik dat terug opnemen… “Ja, dat zou hem goed doen,” bevestigde ik.

Dan zei hij: “Weet je, jij geeft geen hand en staat steeds net wat te ver” -“Ik geef soms een hand, maar ik laat de intentie steeds van de ander komen. Ik zal zelden zelf spontaan de afstand overbruggen, tenzij ik oprecht word uitgenodigd. Maar ik kom psychisch en emotioneel dan weer dichtbij. Daarin leek jij onzeker en je meed dus in eerste instantie oogcontact, net zoals dat stapje te ver. Er is mij ook al gezegd dat ik een intens priemende of scannende blik kan hebben…” Hij kon het zich niet herinneren, geloofde het eerst niet, lachte ermee, maar dacht er wel over na. Toen besloot hij: “Dus ja, ik besef dat ik een hele rugzak heb, maar ik probeer er bewust mee om te gaan. Maar als je wil, mag je hem leegmaken.” “Graag”, glimlachte ik.

Nadien, bij het afscheid, stak hij plots manifest zijn hand uit. Ik dichtte de afstand, nam zijn hand en keek recht in zijn ogen. We lachten beiden spontaan om het verrassende “Gotcha!” en het wederzijdse begrip en vertrouwen… (**)

#aanbevolen: “Hoor mij zwijgen” – Dorothea Janetta (ISBN13: 9789089545299). en “The Deepest Wound” – Linda Crockett (ISBN13: 9780595199228)


(*)

Er gaan stemmen op om (Complex) PTSD niet als dusdanig te benoemen, maar PTS (post traumatische stress) algemeen aan te houden en dit om aan te duiden dat het niet gaat om een stoornis, maar om  de (blijvende) staat van het lichaam in alarm als een normale anticipatie op een abnormale omgeving waarbij het lichaam en de hersenen nog niet het signaal hebben gekregen dat de omgeving veilig is en herstelprocessen kunnen worden opgestart. Dat huidige exposure-behandelingen daarbij affectief leren via rechter hippocampus boycotten (en dus geen herstel geven), duidt niet op een onherstelbaar neurotract, maar op exposure als een verkeerde behandeling. Technieken waarbij de gefragmenteerde psyche via het onbewuste wordt aangesproken en hersteld met gefaseerde pijnverwerking zonder herinnering,  reconstructie of context; en technieken waarbij de oorspronkelijke verbanden worden verbroken door ‘reanactment’ (afmaken van de beweging, weg uit de machteloosheid en de trance-inductie -onderbreken van de beweging- en dus dissociatie) met veilige, neutrale en verrassende (nieuwe) context en betekenisverlening zijn effectieve behandelingen. Ook neurofeedback heeft een significante plaats in het ontladen van de fysiologische lading van traumatriggers in het hier en nu, los van context. In alle gevallen hebben de effectieve herstellende therapieën gemeen dat er in het hier en nu antwoord wordt gegeven aan wat zich van het verleden aandient, met een herstel waarbij de cliënt zelf in een positie van keuze en controle wordt geplaatst, zelfs onder hypnose.  Er wordt hierbij niet naar trauma-inhoud van het verleden gevraagd, ernaar verwezen of benoemd, tenzij de cliënt zelf behoefte heeft om erover te vertellen of er meer over te willen weten.

(**)

Bovenstaande is een mix uit de psychiatrie en de private praktijk, bevattelijk in vier verhalen geschreven. Ter nagedachtenis van Bregt.

Gepost op 29 maart 2017 in Brain bursts

Deel dit bericht

Over de auteur

Hannelore van BrainCTR

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to Top